donderdag 2 augustus 2007

De bedelaar

Al in de oudheid was het gebruikelijk dat iemand die werkelijk iets nodig had, niet kieskeurig was in wat hij kreeg of van wie hij dat kreeg. Het lijkt wel een beetje op het Nederlandse spreekwoord: gooi je oude schoenen niet weg voordat je nieuwe hebt.

In Angola werkt dat anders, hebben we ervaren. Adimka en ik stonden vrolijk voor de kerk te wachten, toen een bedelaar ons aansprak met de vraag of wij wat wisselgeld voor hem hadden. Geld hadden we wel, maar geen kleingeld. Ik wilde antwoord geven, maar blijkbaar kon hij mijn gedachten lezen. Voordat ik mijn zin kon afmaken, zei hij:“Sorry, ik vraag het niet aan jou, maar aan haar (Adimka) of zij wat geld voor mij heeft, aangezien zij lichter van huidskleur is dan jij ”. Slim van deze man?! Hoe blanker, hoe rijker in Luanda? Weer een onderzoeksvraag.... we zullen het de jongeren vragen.

woensdag 1 augustus 2007

De taxi-chauffeur

Als je in Luanda bent en toevallig alleen in het wit gekleed bent, dan moet je ervoor zorgen dat je niet naar het wijk São Paulo gaat! Daar is zoveel stof dat je oranje thuis komt. In de taxi naar São Paulo konden wij bijna niets zien door de wind en het stof. Maar het is erg spannend hoe hier wordt gereden en de muziek die in de taxi’s worden gedraaid is super. Gezellig is dat! Aangekomen op onze bestemming, moesten we voor de kerk wachten op Mani, omdat straatnamen hier niet erg gebruikelijk zijn. Dus meeting point ´de kerk´.
Na lang wachten besloten wij Mani te bellen. Tot onze verbazing was onze afspraak aan de achterkant van de kerk. Er is namelijk zoveel stof aan de voorkant van kerk dat de achterkant als nieuwe voorkant wordt beschouwd.
Grappig genoeg zijn alle activiteiten aan de achterkant van de kerk (voor de Angolezen de voorkant dus). Ontzettend veel verkeer en mensen die op straat dingen verkopen.
Na ons gesprek gaven wij Mani bij de taxi drie zoentjes om afscheid te nemen. De taxichauffer gilde van achter het stuur dat drie zoentjes alleen in Nederland worden gegeven. We hebben hem verteld dat wij uit Nederland kwamen. Oo… reden genoeg om er in te stappen en het gesprek voort te zetten in het Nederlands. Het bleek dat hij ongeveer drie jaar in Groningen heeft gewoond! Daarna is hij naar Belgie en Frankrijk vertrokken en vervolgens naar Angola gegaan. Iedereen in de taxi kon mee genieten van onze gesprek. We mochten van hem de rit niet betalen: van het huis! We zullen nog contact met elkaar opnemen. Niet alles kun je in een bus bespreken...

Barrigas grandes!

Je kunt er niet omheen: in Luanda zijn heel veel vrouwen zwanger. Overal zien we dikke buiken, vooral van jonge meisjes. Is er sprake van een liefdesvirus in de stad? Willen mensen graag gezinnen stichten en kinderen krijgen? Of zouden condooms hier nog niet in elke slaapkamer liggen en worden meisjes soms tegen hun zin in zwanger?
We weten het niet. Helaas hebben we nog geen zwangere meiden gesproken. Wel hebben we een aantal teruggekeerde jongeren om hun mening gevraagd. Hoe gaat het bij hen met de liefde? Willen zij al kinderen?
Pepe vertelt ons dat hij nog minimal vijf jaar wil wachten met kinderen. “Eerst wil ik mijn zaken op orde hebben en in een stabiele situatie zijn. Daarna kan ik pas voor anderen zorgen. En de contacten met Angolese dames verlopen bij mij niet zo soepel! Sommige dingen kan ik met hen niet bespreken, bijvoorbeeld het feit dat ik me nog niet zo wil binden en kinderen wil krijgen. Dan mis ik soms Nederland. Daar draagt een meisje bijvoorbeeld zelf haar tas!”
Een andere jongen vertelt ons dat het in Angola heel gebruikelijk is om op jonge leeftijd kinderen te krijgen. Er zijn al diverse terugkeerders die inmiddels een gezin hebben gesticht.
We zullen het vanavond eens aan de nonnen voorleggen. Zij vangen ook moeders in spe op in het klooster en kennen vast de verhalen achter de zwangere meiden.

dinsdag 31 juli 2007

O trabalho começou!

Onze tweede dag hebben wij gebruikt om te bellen en afspraken te maken met de jongeren. Dat is goed gelukt: we hebben deze week een druk programma! Alles verloopt dan ook tot nu toe zoals we hadden gehoopt.
Afgelopen vrijdagavond zijn we door de zussen van Cecilia uitgenodigd om mee te gaan naar een Spaans feest. Door de gezelligheid waren we totaal de tijd vergeten en het feit dat we in een klooster logeren. We kwamen na middernacht thuis: een berisping van de hoofdnon was op zaterdagochtend dan ook wel op zijn plaats. Conclusie: we mogen niet later dan 22:00 binnenkomen! Ach, zo erg is dat ook weer niet. De nonnen zijn echt super gezellig!

Op zondag besloten we het goed te maken en zijn we naar de kerk te gaan, waar eigenlijk tot ons doordrong dat de kerk veel invloed kan hebben op jongeren. Leuk om te zien hoe de priesters hier zich proberen in te leven in het dagelijks leven van de jongeren.

Gisteren (maandag) zijn wij op bezoek gegaan bij een van de jongeren. Het gaat niet goed met hem, omdat het hier moeilijk is om zaken gedaan te krijgen als je geen netwerk hebt. Hij heeft af en toe klussen, maar het lukt hem niet om zijn plannen te realiseren door gebrek aan een eigen werkruimte. Gelukkig is zijn drang om te blijven proberen groot. Hij heeft zijn droom nog niet opgeven en inspireert ons tijdens het gesprek tot nieuwe ideeën.

Vandaag hebben een andere jongeren bezocht die nog niet lang terug is in Angola. Hij heeft geen contacten met jongeren die ook in Nederland zijn geweest en zit bijna de hele dag thuis. Hij heeft geen idee waar te beginnen.

Een ding is zeker: voor jongeren is het hier echt herïntegreren; opnieuw beginnen, zichzelf terug vinden en ook nog geaccepteerd worden…

Bellen en gebeld worden


Wie dacht dat je in Angola een rustige tijd hebt, heeft het mis.
Ook hier houden mensen van bellen. Ze vragen hoe het met je gaat, of je veilig thuis bent gekomen en of je al bent gearriveerd bij de afgesproken plek.
Het hebben en onderhouden van je contacten is heel belangrijk. Vrienden vertellen elkaar het laatste nieuws, bellen elkaar als er problemen zijn en geven een nummer van iemand die misschien kan helpen.
We krijgen dan ook overal nummers: van de buschauffeur die ook in Nederland is geweest tot de jongen van de computerzaak die graag informatie wil over hoe hij zijn computersystemen draaiende kan houden. Ons telefoonboek wordt steeds voller en ons beltegoed is steeds sneller op. Maar Luanda leeft, in ieder geval door de telefoon!